Wijzigingen ABU en NBBU cao

29 december 2017

Heeft u er aan gedacht om de CAO wijzigingen door te voeren in uw processen? 

Zowel de ABU cao als de NBBU cao is onderhevig aan een aantal veranderingen. Deze hebben invloed op uw administratie. Heeft u er bijvoorbeeld aan gedacht om uw arbeidsovereenkomsten aan te passen? De uitzendkracht heeft vanaf 1 januari 2018 namelijk recht op 16 2/3 uur (i.p.v. 16 uur) vakantie voor elke volledig gewerkte maand of een evenredig deel daarvan ( ABU). En zowel voor de ABU als NBBU cao geldt dat er een verplichting gaat rusten op het schriftelijk bevestigen van 12 tot 13 onderdelen bij het aangaan van de terbeschikkingstelling, zo ook bij wijziging daarvan! En dit is slechts een kleine greep uit de vele wijzigingen die zijn doorgevoerd.

Hieronder treft u de volledige uitwerking per cao.

ABU CAO

Wijziging met ingang van 5 november 2017

  • Artikel 5a. Beschikbaarheid en exclusiviteit.

Lid 1. De uitzendkracht is vrij om elders werk te aanvaarden, tenzij de uitzendkracht bij de uitzendonderneming heeft aangegeven om te komen werken waarbij er duidelijkheid is over de dag(en), (verwachte) tijdstip(pen) en het (verwachte) aantal uren van het werk.
Lid 2. De uitzendkracht met een uitzendovereenkomst met loondoorbetalingsverplichting (zoals bedoeld in paragraaf 4a van hoofdstuk 4 van deze cao) kan zijn bij aanvang van de uitzendovereenkomst opgegeven beschikbaarheid wijzigen na overleg met de uitzendonderneming. Hierbij moet de gewijzigde beschikbaarheid altijd toereikend blijven voor de uitzendonderneming om de uitzendkracht voor de overeengekomen arbeidsduur waarvoor de loondoorbetalingsverplichting geldt ter beschikking te kunnen stellen. Hiervoor geldt dat de gevraagde beschikbaarheid in redelijke verhouding moet staan tot de overeengekomen arbeidsduur waarvoor de loondoorbetalingsverplichting geldt, zowel ten aanzien van de (het aantal) dag(en), het (de) tijdstip(pen) en het aantal uren, als ten aanzien van de spreiding daarvan.

  • Artikel 65. Verrekeningen op het uit te betalen loon betreffende de uitzendkracht die niet permanent in Nederland woont.

Lid 3 en 4 zijn geschrapt, lid 5 is gehandhaafd en vernummerd naar lid 3  en in lijn gebracht met de nieuwe opzet.

Lid 1. Voor zover in dit artikel wordt gesproken over ‘de uitzendkracht’ wordt hiermee ‘de niet permanent in Nederland wonende uitzendkracht’ bedoeld.
Lid 2. Verrekenen van boetes is uitsluitend toegestaan met betrekking tot justitiële en bestuurlijke boetes
Lid 3. Indien en voor zover dit niet reeds voortvloeit uit Bijlage II van de cao, wordt elke afzonderlijke verrekening met het loon schriftelijk gespecificeerd. De uitzendonderneming zorgt ervoor dat de uitzendkracht beschikt over een overzicht van de mogelijke verrekeningen, in de landstaal van de uitzendkracht.

  • Artikel 61. Percentages reserveringen, inhoudingen en wachtdagcompensatie.

Het artikel is gewijzigd per 5 november, wijzigingen hebben invloed vanaf 1 januari 2018.

Artikel 2018 2019
artikel 61 lid 1onder a. vakantiedagen 10,92% 10,87%
artikel 61 lid 1 onder b. reservering wettelijke vakantiedagen 8,73% 8,70%
artikel 61 lid 1 onder b. uitbetaling bovenwettelijke vakantiedagen 2,18% 2,17%
artikel 61 lid 2 kort verzuim 0,60% 0,60%
artikel 61 lid 3 Algemeen erkende feestdagen 3,06% 2,61%
artikel 61 lid 4 Vakantiewerkers 8,30% 8,30%
artikel 61 lid 5 Uitzendbedrijven I 0,58% 0,58%
artikel 61 lid 5 Uitzendbedrijven II 1,33% 1,33%
artikel 61 lid 6 Uitzendbedrijven I 0,71% 0,71%
artikel 61 lid 6 Uitzendbedrijven II 1,16% 1,16%

Wijzigingen met ingang van 1 januari 2018

  • Artikel 28 lid 3. Het ABU-loongebouw.

Salaristabel ABU-beloning in euro’s per 3 juli 2017 ziet er als volgt uit.
(functiegroepen 1 t/m 3 in kolom I per 1 januari 2018) 

 

Functie groep

(I)

Beginsalaris
Allocatiegroep

(II)

Beginsalaris
-Onbepaalde tijd in fase C
-Transitie groep
-Groep niet indeelbaar

(III)

Eind salaris

(IV)

Periodieke verhoging naar functiegroep

1 € 9,11* € 9,74 € 11,92 2,1%
2 € 9,11* € 10,18 € 12,85 2,2%
3 € 9,11* € 10,74 € 13,97 2,3%
4 € 10,70 € 11,29 € 14,83 2,4%
5 € 11,17 € 11,78 € 16,18 2,5%
6 € 11,72 € 12,74 € 17,85 2,6%
7 € 13,58 € 19,90 2,7%
8 € 14,88 € 22,40 2,8%
9 € 16,42 € 25,27 2,9%
10 € 17,35 € 28,21 3,0%

 

  • Artikel 34. Jeugdsalarissen

Lid 1. Voor de uitzendkracht die jonger dan 22 jaar is en tot een van de groepen behoort als genoemd in artikel 27 van deze cao, geldt de volgende afwijkende regeling.
Lid 2. Het feitelijk loon van de uitzendkracht jonger dan 22 jaar wordt berekend door het uurloon van de voor hem toepasselijke functiegroep uit de salaristabel (van artikel 28 lid 2 van de cao) te vermenigvuldigen met het volgende percentage:

15-jarige 30%
16-jarige 34,5%
17-jarige 39,5%
18-jarige 47,5%
19-jarige 55%
20-jarige 70%
21-jarige 85%

 

  • Artikel 55 leden 1 en 6. Vakantiedagen.

Lid 1. De uitzendkracht verwerft bij elke volledig gewerkte maand aanspraak op 16 2/3 uur vakantie, of een evenredig deel daarvan, indien niet een volledige maand is gewerkt. (25 vakantiedagen op jaarbasis)
Lid 6. Uitzendovereenkomst met uitzendbeding. Ter opbouw van de 16 2/3 uur vakantie per maand ontvangt de uitzendkracht met een uitzendovereenkomst met uitzendbeding een aanvulling voor vakantiedagen, uitgedrukt in een percentage van zijn feitelijke loon. Dit percentage staat vermeld in artikel 61 lid 1 van de cao. Dit wordt verhoogd met de wachtdagcompensatie conform artikel 53 lid 4 van de cao.

 

Wijzigingen met ingang van 1 februari 2018

  • Artikel 20 leden 4, 5 en 6. Vaststellen BRI. Functie-indeling en beloning.

Lid 4. De uitzendonderneming voorziet in een proces waarmee zij zich ervan verzekert dat de inlenersbeloning correct wordt vastgesteld.
Lid 5. Toepassing van de inlenersbeloning zal nooit worden aangepast met terugwerkende kracht, behalve als:
• er sprake is van opzet dan wel kennelijk misbruik of,
• de uitzendonderneming zich niet aantoonbaar heeft ingespannen voor een correcte vaststelling van de inlenersbeloning als bedoeld in lid 4 van dit artikel of de uitzendonderneming zich niet heeft gehouden aan het bepaalde in lid 6 van dit artikel met betrekking tot de elementen genoemd onder c., d., e., g., h., i., j., k., l., m. en n.
Lid 6. Bij iedere terbeschikkingstelling is de uitzendonderneming verplicht de onder a t/m n genoemde elementen schriftelijk aan de uitzendkracht te bevestigen.
a. de verwachte ingangsdatum;
b. de naam en contactgegevens van de opdrachtgever, waaronder een eventuele contactpersoon en het werkadres;
c. de (algemene) functienaam en indien afwijkend de functienaam volgens de beloningsregeling opdrachtgever;
d. de functie-inschaling en -trede volgens de beloningsregeling opdrachtgever;
e. de overeengekomen arbeidsduur;
f. indien van toepassing de vermoedelijke einddatum van de terbeschikkingstelling;
g. de cao/beloningsregeling opdrachtgever;
h. het bruto feitelijk (uur)loon;
i. de van toepassing zijnde ADV-compensatie;
j. de van toepassing zijnde toeslagen voor overwerk en/of verschoven uren;
k. de van toepassing zijnde toeslag voor onregelmatigheid (waaronder feestdagentoeslag);
l. de van toepassing zijnde ploegentoeslag;
m. de van toepassing zijnde reiskostenvergoeding;
n. overige van toepassing zijnde kostenvergoedingen.
Bij wijziging van de arbeidsvoorwaarden gedurende de terbeschikkingstelling betreffende een van de bovenstaande elementen is de uitzendonderneming verplicht deze wijziging schriftelijk aan de uitzendkracht te bevestigen.

  • Bijlage II artikel 2 sub m. Eisen aan de loonstrook.

In bijlage II artikel 2 wordt bij de elementen die op de loonstrook worden vermeld, bij onderdeel m) ‘indien mogelijk’ vervangen door ‘indien van toepassing’. De tekst komt als volgt te luiden:
Sub m. Indien van toepassing de inschaling in de cao/beloningsregeling van de opdrachtgever

Wijziging met ingang van 1 april 2018

  • Vaststelling van uurloon en/of ADV-compensatie (in geld)

4a. Op grond van de informatie verkregen van de opdrachtgever, dan wel op grond van beschikbare geautoriseerde informatie over de cao van de opdrachtgever stelt de uitzendonderneming op de volgende wijze de inlenersbeloning vast op de beloningselementen periodeloon en ADV. Uitgangspunt is de informatie verstrekt door de opdrachtgever dan wel beschikbare geautoriseerde informatie over de cao van de opdrachtgever.
Geautoriseerde informatie over de cao van de opdrachtgever is informatie verstrekt door gezamenlijke partijen bij de betreffende inleen-cao aan de gezamenlijke partijen bij deze CAO voor Uitzendkrachten. Deze informatie betreft de vaststelling van het uurloon en de ADV(- compensatie in geld). Partijen bij de CAO voor Uitzendkrachten stellen die informatie beschikbaar.

Uitsluitend en alleen indien die informatie geen duidelijkheid en zekerheid geeft over hoe het uurloon of de ADV-compensatie in geld moet worden vastgesteld, voorziet deze cao in de hieronder vastgelegde rekenmethodiek om alsdan de inlenersbeloning op deze punten correct vast te stellen.

1. Periodeloon
a. Is in de cao of arbeidsvoorwaardenregeling (hierna: AVR) van de opdrachtgever een uurloon(definitie) vastgelegd?
b. Zo ja, dan dient het uurloon behorend bij de vastgestelde functie-indeling te worden vastgesteld op basis van het uurloon of de uurloondefinitie zoals bij de opdrachtgever toegepast.
c. Zo nee, dan dient het uurloon behorend bij de vastgestelde functie-indeling als volgt te worden berekend.
d. De uitzendonderneming dient na te gaan of de cao of AVR van de opdrachtgever voorziet in een per ploegenrooster verschillende normale arbeidsduur. In dat geval dient de uitzendonderneming voor de vaststelling van het uurloon voor de uitzendkracht uit te gaan van de normale arbeidsduur behorend bij het ploegenrooster waarin de uitzendkracht werkzaam is.
Als de uitzendkracht ter beschikking wordt gesteld in een ander ploegen/dienstrooster met een andere bijbehorende normale arbeidsduur wordt opnieuw het uurloon vastgesteld, op basis van de normale arbeidsduur behorend bij het nieuwe ploegen/dienstrooster. Daarbij is de terugvalregeling (paragraaf 4a van hoofdstuk 4 van deze cao) niet van toepassing, tenzij de uitzendkracht naar rato van het vorige ploegenrooster minder uren in het nieuwe ploegen/dienstrooster ter beschikking wordt gesteld.

2. De van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting (ADV)
a. Is in de cao of AVR van de opdrachtgever ADV in de vorm van doorbetaald verlof vastgelegd?
b. Zo nee, dan is direct de normale arbeidsduur van toepassing en is ADV-compensatie in tijd of geld niet aan de orde.
c. Zo ja, dan kan de uitzendonderneming kiezen de ADV in tijd of geld te compenseren.
d. Als de uitzendonderneming de ADV in geld compenseert, is de volgende vraag aan de orde of moet de volgende vraag worden beantwoord.
e. Is in de cao of AVR van de opdrachtgever een percentage ADV vastgesteld, of kent die cao of AVR een berekeningsmethodiek waarmee de waarde van ADV eenduidig is vast te stellen?
f. Zo ja, dan dient dit percentage c.q. deze berekeningsmethodiek te worden gehanteerd om de waarde van de compensatie van ADV in geld te bepalen.
g. Zo nee, dan dient de uitzendonderneming de ADV-compensatie in geld als volgt te berekenen.

Berekening aan de hand van
ADV in dagen
Berekening aan de hand van
ADV in uren
 

ADV-dagen per jaar
______________
254

 

ADV-uren per jaar
_____________

254 * (NAD / 5)

Toelichting ABU

Bij deze berekeningsmethode wordt ervan uitgegaan dat de ADV-compensatie in geld opgebouwd moet kunnen worden op de werkbare dagen. Feestdagen en kort verzuim / bijzonder verlof worden bij deze berekeningsmethodiek niet als werkbare dagen beschouwd. Vakantiedagen wel.
Toepassing van de rekenmethodiek maakt dat de uitzendkracht die recht heeft op een ADV- compensatie in geld deze ook over de vakantiedagen ontvangt die hij opneemt of krijgt uitgekeerd.

Toelichting Flexweters®

Dit houdt in dat deze methode in de praktijk enkel te gebruiken is wanneer de ADV compensatie in het uurloon is opgenomen, of wanneer de software het toelaat om bij het uitkeren van vakantiedagen, ook de ADV compensatie toe te kennen over het aantal vakantiedagen waarvan de opbouw heeft plaatsgevonden tijdens de tewerkstelling bij de opdrachtgever met de betreffende ADV dagen.

Werkt een uitzendkracht voor verschillende opdrachtgevers, dan zal de werknemer op basis van de verdiensten bij deze verschillende opdrachtgevers zijn/ haar vakantiedagen opbouwen. Op het moment dat de werknemer zijn vakantiedagen opneemt, hoeft het niet zo te zijn dat de werknemer op dat moment werkzaam is bij een opdrachtgever met ADV dagen, maar er wel vakantiedagen zijn opgebouwd bij een opdrachtgever met ADV, waarover op het moment van uitkeren, dus wel alsnog ADV vergoeding betaald dient te worden. Die methode blijkt in de praktijk niet uitvoerbaar en is dan ook absoluut niet aan te raden.

De door de ABU uitgewerkte methode kan niet worden toegepast indien er wordt gewerkt met een ADV vergoeding over gewerkte uren.
In dat geval dient er bij de berekening uitgegaan te worden van de dagen die de uitzendkracht op jaarbasis maximaal zou kunnen werken bij de betreffende opdrachtgever om tot de juiste ADV vergoeding te komen.

Daarnaast dient er bij de vaststelling van de werkbare dagen ook rekening gehouden te worden met vastgestelde ADV dagen bij de opdrachtgever, waarbij de uitzendkracht niet in staat is om te werken. Deze dagen dienen te worden meegenomen in de berekening van de werkbare dagen. Indien het voor de toepassing niet duidelijk is of de uitzendkracht wel of niet in staat wordt gesteld om te werken op dagen die voor het eigen personeel van de opdrachtgever als ADV worden aangemerkt, is het verstandig om alle ADV dagen mee te nemen in de berekening van de ADV vergoeding, anders is het risico te groot dat de werknemer op jaarbasis uiteindelijk toch niet het juiste aantal ADV dagen toegekend krijgt, met naheffingen achteraf tot gevolg.

Deze informatie is opgesteld met de grootst mogelijke zorg op basis van de actuele beschikbare informatie. Flexweters® sluit iedere vorm van aansprakelijkheid uit met betrekking tot de door haar verstrekte informatie.

Begeleiding gewenst m.b.t. de toepassing van de inlenersbeloning? De berekening van ADV? Aanpassingen in de arbeidsovereenkomsten en/of de opmaak van een uitzend/ plaatsingsbevestiging voor de uitzendkracht die voldoet aan de laatste gestelde eisen?
Het voorkomen van een foutieve (loon)administratie is immers beter dan genezen.

Neem contact op.

NBBU CAO

Op de Algemene Ledenvergadering van 21 november 2017 zijn de tussentijdse wijzigingen voor de Cao voor Uitzendkrachten goedgekeurd. De NBBU is met de LBV overeengekomen om een drietal tussentijdse wijzigingen op te nemen in de NBBU-cao waarvan er twee ingaan per 1-1-2018 en een per 1-7-2018.

Wijzigingen per 1-1-2018

  • Exclusiviteit en beschikbaarheid.

Om een betere balans te krijgen tussen de inkomsenszekerheid van de uitzendkracht en de gevraagde beschikbaarheid van de uitzendonderneming wordt in de cao een bepaling opgenomen die de beschikbaarheid en de positie daarin van zowel de uitzendkracht als de uitzendonderneming verduidelijkt. Om die reden komt er een nieuw cao artikel aangaande exclusiviteit en beschikbaarheid.
– Lid 1. De uitzendkracht is vrij om elders werk te aanvaarden tenzij de uitzendkracht bij de uitzendonderneming heeft aangegeven om te komen werken waarbij er duidelijkheid is over de dag(en), (verwachte) tijdstip(pen) en het (verwachte) aantal uren van het werk.
– Lid 2. De uitzendkracht met een uitzendovereenkomst met loondoorbetalingsverplichting kan zijn bij aanvang van de uitzendovereenkomst opgegeven beschikbaarheid wijzigen na overleg met de uitzendonderneming. Hierbij moet de gewijzigde beschikbaarheid altijd toereikend blijven voor de uitzendonderneming om de uitzendkracht voor de overeengekomen arbeidsduur waarvoor de loondoorbetalingsverplichting geldt ter beschikking te kunnen stellen. Hiervoor geldt dat de gevraagde beschikbaarheid in redelijke verhouding moet staan tot de overeengekomen arbeidsduur waarvoor de loondoorbetalingsverplichting geldt, zowel ten aanzien van het aantal dag(en), de tijdstip(pen) en het aantal uren, als ten aanzien van de spreiding daarvan.

  • Boetes arbeidsmigranten

In de huidige cao kunnen boetes onder bepaalde voorwaarden worden verrekend met het loon van een uitzendkracht die niet permanent in Nederland woont (artikel 36B).Helaas zijn er in de praktijk situaties dat er ook ondefinieerbare boetes werden verrekend met het loon van de uitzendkracht.Om deze reden is er voor gekozen dat het verrekenen van boetes op het loon van de uitzendkracht helemaal niet meer mogelijk is. Onder deze boetes valt niet de schade die de uitzendkracht toebrengt aan de werkgever wegens het veroorzaken van een verkeersboete.

Aanvullende regels behorende bij Artikel 36: Verrekening op het uit te betalen loon.
– Lid 1. Verrekenen van boetes is uitsluitend toegestaan met betrekking tot justitiële en bestuurlijke boetes.
– Lid 2. Indien en voor zover dit niet reeds voortvloeit uit bijlage 6 van deze cao, wordt elke afzonderlijke verrekening met het loon, schriftelijk gespecificeerd. De uitzendonderneming zorgt ervoor dat de uitzendkracht beschikt over een overzicht van de mogelijke verrekeningen, in de landstaal van de uitzendkracht.

  • Onderzoek naar huisvesting van arbeidsmigranten

Ten aanzien van huisvesting van arbeidsmigranten, constateren cao-partijen in de praktijk ongewenste situaties m.b.t. de huisvesting. Een belangrijk element is de prijs-kwaliteit verhouding van de huisvesting. Daarom willen we gezamenlijk met cao-partijen in de uitzendbranche laten onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de prijs- kwaliteitverhouding van de huisvesting beter te kunnen (laten) reguleren. Een paritaire werkgroep zal zich hiermee de komende maanden bezighouden.

Wijzigingen per 1-7-2018

  • Vaststelling inlenersbeloning

Er is afgesproken dat uitzendondernemingen beter in staat worden gesteld de inlenersbeloning correct vast te stellen en toe te passen. Hierover zijn de volgende afspraken gemaakt:
 1. Gezamenlijke inspanning. Met cao-partijen een gezamenlijke inspanning om informatie van en door partijen bij de inleen- cao te verbeteren
 2. Proces uitzendonderneming. Iedere uitzendonderneming voorziet in een vormvrij proces (in lijn met proces SNA) waarmee zij zich ervan verzekert dat de inlenersbeloning correct wordt vastgesteld.
 3. Schriftelijke bevestiging aan de uitzendkracht. Per terbeschikkingstelling dient de uitzendkracht een schriftelijke bevestiging te ontvangen van de voor de uitzendkracht van toepassing zijnde relevante elementen uit de inlenersbeloning en informatie van de opdrachtgever.
 4. Proces ondersteunende methode. Er is een eenduidige rekenmethodiek vastgesteld voor zowel de ADV-compensatie als de uurloon berekening. Deze rekenmethodiek kan alleen worden toegepast zodra uit de cao of arbeidsvoorwaarden- regeling van de inlener geen duidelijkheid en zekerheid gegeven wordt over de juiste toepassing van de adv-compensatie en uurloonberekening.
5. Geen terugwerkende kracht Er komen een aantal extra voorwaarden om een beroep te doen op de ‘geen terugwerkende kracht’. Deze extra voorwaarden bestaan uit;
– De uitzendonderneming dient zich aantoonbaar in te spannen voor een correcte vaststelling van de inlenersbeloning.
– De uitzendonderneming dient per ter beschikkingstelling een aantal elementen over de inlenersbeloning en de opdrachtgever schriftelijk bevestigen aan de uitzendkracht.

Nieuw artikel 22 lid 3
De uitzendonderneming voorziet in een proces waarmee zij zich er van verzekert dat de inlenersbeloning correct wordt vastgesteld.

Nieuw artikel 22 lid 4 (oud artikel 22 lid 3)
Toepassing van de inlenersbeloning zal nooit worden aangepast met terugwerkende kracht behalve als;
– er sprake is van opzet dan wel kennelijk misbruik of,
– de uitzendonderneming zich niet aantoonbaar heeft ingespannen voor een correcte vaststelling van de inlenersbeloning als bedoeld in lid 3 van dit artikel of,
– de uitzendonderneming zich niet heeft gehouden aan het bepaalde in artikel 11 lid 4 met betrekking tot c, d, f, g, h, i, j, k, l en m.

Nieuw art 11 lid 4
Bij iedere terbeschikkingstelling is de uitzendonderneming verplicht de onder a t/m m genoemde elementen schriftelijk aan de uitzendkracht te bevestigen:
a. de verwachte ingangsdatum;
b. de naam en contactgegevens van de opdrachtgever, waaronder een eventuele contactpersoon en het werkadres;
c. de functie van de uitzendkracht of de aard van het werk
d. de overeengekomen arbeidsduur;
e. indien van toepassing de vermoedelijke einddatum van de terbeschikkingstelling;
f. de cao/beloningsregeling opdrachtgever;
g. het bruto feitelijk (uur)loon;
h. de van toepassing zijnde ADV-compensatie;
i. de van toepassing zijnde toeslagen voor overwerk en/of verschoven uren;
j. de van toepassing zijnde toeslag voor onregelmatigheid (waaronder feestdagentoeslag);
k. de van toepassing zijnde ploegentoeslag;
l. de van toepassing zijnde reiskostenvergoeding;
m. overige van toepassing zijnde kostenvergoedingen.

Bij wijziging van de arbeidsvoorwaarden gedurende de terbeschikkingstelling betreffende een van de bovenstaande elementen is de uitzendonderneming verplicht deze wijziging schriftelijk aan de uitzendkracht te bevestigen.

Toevoeging/verduidelijking woord ‘schriftelijk’ in definities artikel 2:
Schriftelijk: op schrift gesteld dan wel ter beschikking gesteld per e-mail of door middel van een gepersonaliseerde, beveiligde portal, zulks tenzij in deze cao nadrukkelijk anders is bepaald. Wanneer gebruik wordt gemaakt van een gepersonaliseerde, beveiligde portal, dienen de daarop ter beschikking gestelde documenten door de uitzendkracht te kunnen worden gedownload.

Daarnaast dient de uitzendkracht minimaal één maand van tevoren te worden geïnformeerd over het afsluiten van de portal of het verwijderen van de daarop ter beschikking gestelde documenten.

Vaststelling van uurloon en/of ADV-compensatie (in geld)
Op grond van de informatie verkregen van de opdrachtgever, dan wel op grond van beschikbare geautoriseerde informatie over de cao van de opdrachtgever stelt de uitzendonderneming op de volgende wijze de inlenersbeloning vast op de beloningselementen periodeloon en ADV. Uitgangspunt is de informatie verstrekt door de opdrachtgever dan wel beschikbare geautoriseerde informatie over de cao van de opdrachtgever.

Geautoriseerde informatie over de cao van de opdrachtgever is informatie verstrekt door gezamenlijke partijen bij de betreffende inleen-cao aan de gezamenlijke partijen bij deze cao voor uitzendkrachten. Deze informatie betreft de vaststelling van het uurloon en de ADV(-compensatie in geld). Partijen bij de cao voor uitzendkrachten stellen die informatie beschikbaar.

Uitsluitend en alleen indien die informatie geen duidelijkheid en zekerheid geeft over hoe het uurloon of de ADV-compensatie in geld moet worden vastgesteld voorziet deze cao in de hieronder vastgelegde rekenmethodiek om alsdan de inlenersbeloning op deze punten correct vast te stellen.

Periodeloon
– Is in de cao of arbeidsvoorwaardenregeling (hierna: AVR) van de opdrachtgever een uurloon(definitie) vastgelegd?
– Zo ja, dan dient het uurloon behorend bij de vastgestelde functie-indeling te worden vastgesteld op basis van het uurloon of de uurloondefinitie zoals bij de opdrachtgever toegepast.
– Zo nee, dan dient het uurloon behorend bij vastgestelde functie-indeling als volgt te worden berekend.

De uitzendonderneming dient na te gaan of de cao of AVR van de opdrachtgever voorziet in een per ploegenrooster verschillende normale arbeidsduur. In dat geval dient de uitzendonderneming voor de vaststelling van het uurloon voor de uitzendkracht uit te gaan van de normale arbeidsduur behorend bij het ploegenrooster waarin de uitzendkracht werkzaam is.

Als de uitzendkracht ter beschikking wordt gesteld in een ander ploegen/dienstrooster met een ander bijbehorende normale arbeidsduur wordt opnieuw het uurloon vastgesteld, op basis van de normale arbeidsduur behorend bij het nieuwe ploegen/dienstrooster.

De van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting (ADV)
a. Is in de cao of AVR van de opdrachtgever ADV in de vorm van doorbetaald verlof vastgelegd?
b. Zo nee, dan is direct de normale arbeidsduur van toepassing en is ADV-compensatie in tijd of geld niet aan de orde.
c. Zo ja, dan kan de uitzendonderneming kiezen de ADV in tijd of geld te compenseren.
d. Als de uitzendonderneming de ADV in geld compenseert, is de volgende vraag aan de orde of moet de volgende vraag worden beantwoord.
e. Is in de cao of AVR van de opdrachtgever een percentage ADV vastgesteld, of kent die cao of AVR een berekeningsmethodiek waarmee de waarde van ADV eenduidig is vast te stellen?
f. Zo ja, dan dient dit percentage c.q. deze berekeningsmethodiek te worden gehanteerd om de waarde van de compensatie van ADV in geld te bepalen.
g. Zo nee, dan dient de uitzendonderneming de ADV-compensatie in geld als volgt te berekenen.

Berekening aan de hand van
ADV in dagen
Berekening aan de hand van
ADV in uren
 

ADV-dagen per jaar
_______________
254

 

ADV-uren per jaar
______________

254 * (NAD / 5)

Toelichting NBBU

Bij deze berekeningsmethode wordt ervan uitgegaan dat de ADV-compensatie in geld opgebouwd moet kunnen worden op de werkbare dagen. Feestdagen en kort verzuim / bijzonder verlof worden bij deze berekeningsmethodiek niet als werkbare dagen beschouwd. Vakantiedagen wel.
Toepassing van de rekenmethodiek maakt dat de uitzendkracht die recht heeft op een ADV- compensatie in geld deze ook over de vakantiedagen ontvangt die hij opneemt of krijgt uitgekeerd.

Toelichting Flexweters®
Dit houdt in dat deze methode in de praktijk enkel te gebruiken is wanneer de ADV compensatie in het uurloon is opgenomen, of wanneer de software het toelaat om bij het uitkeren van vakantiedagen, ook de ADV compensatie toe te kennen over het aantal vakantiedagen waarvan de opbouw heeft plaatsgevonden tijdens de tewerkstelling bij de opdrachtgever met de betreffende ADV dagen.

Werkt een uitzendkracht voor verschillende opdrachtgevers, dan zal de werknemer op basis van de verdiensten bij deze verschillende opdrachtgevers zijn/ haar vakantiedagen opbouwen. Op het moment dat de werknemer zijn vakantiedagen opneemt, hoeft het niet zo te zijn dat de werknemer op dat moment werkzaam is bij een opdrachtgever met ADV dagen, maar er wel vakantiedagen zijn opgebouwd bij een opdrachtgever met ADV, waarover op het moment van uitkeren, dus wel alsnog ADV vergoeding betaald dient te worden. Die methode blijkt in de praktijk niet uitvoerbaar en is dan ook absoluut niet aan te raden.

De door de NBBU uitgewerkte methode kan niet worden toegepast indien er wordt gewerkt met een ADV vergoeding over gewerkte uren.
In dat geval dient er bij de berekening uitgegaan te worden van de dagen die de uitzendkracht op jaarbasis maximaal zou kunnen werken bij de betreffende opdrachtgever om tot de juiste ADV vergoeding te komen.

Daarnaast dient er bij de vaststelling van de werkbare dagen ook rekening gehouden te worden met vastgestelde ADV dagen bij de opdrachtgever, waarbij de uitzendkracht niet in staat is om te werken. Deze dagen dienen te worden meegenomen in de berekening van de werkbare dagen. Indien het voor de toepassing niet duidelijk is of de uitzendkracht wel of niet in staat wordt gesteld om te werken op dagen die voor het eigen personeel van de opdrachtgever als ADV worden aangemerkt, is het verstandig om alle ADV dagen mee te nemen in de berekening van de ADV vergoeding, anders is het risico te groot dat de werknemer op jaarbasis uiteindelijk toch niet het juiste aantal ADV dagen toegekend krijgt, met naheffingen achteraf tot gevolg.

Deze informatie is opgesteld met de grootst mogelijke zorg op basis van de actuele beschikbare informatie. Flexweters® sluit iedere vorm van aansprakelijkheid uit met betrekking tot de door haar verstrekte informatie.

Begeleiding gewenst m.b.t. de toepassing van de inlenersbeloning? De berekening van ADV? Aanpassingen in de arbeidsovereenkomsten en/of de opmaak van een uitzend/ plaatsingsbevestiging voor de uitzendkracht die voldoet aan de laatste gestelde eisen?
Het voorkomen van een foutieve (loon)administratie is immers beter dan genezen.

Neem contact op.