SFU afdracht versus scholing

12 juli 2016

In begeleidingstrajecten bij SNCU controles blijkt nogal eens wat verwarring m.b.t. de verplichte afdracht SFU en de verplichtingen m.b.t de scholingsbesteding. De SNCU controleert of voor beide onderdelen aan de verplichtingen is voldaan.

De grondslag is weliswaar hetzelfde, maar de toepassing is wel degelijk anders.
Voor SFU betaalt de onderneming premie ten behoeve van het Sociaal Fonds.
Voor de scholingsbestedingsverplichting dient de onderneming scholing voor uitzendkrachten te verzorgen en als dat niet voldoende is dient er (los van de SFU premie) een afdracht te worden aan STOOF.

Iedere uitzendorganisatie heeft een scholingsbestedingsverplichting van 1,02%, ongeacht welke CAO gevolgd wordt. Daarnaast moet ook aan de SFU-verplichting van 0,2% voldaan worden. Dit zijn dus 2 verschillende regelingen.

SFU

Stichting Fonds Uitzendbranche (SFU) is op 1 januari 2007 in het leven geroepen. Het SFU wordt gedragen door de sociale partners betrokken bij de ABU-CAO, de AVV-CAO en de NBBU-CAO. SFU heeft een aparte CAO, waarvoor ook altijd een algemeen verbindend verklaring wordt aangevraagd. Alle uitzendorganisaties zijn verplicht deze CAO te volgen. Het fonds is gebaseerd op een heffing over de loonsom van flexkrachten in de eerste 78 weken (fase A m.b.t. de ABU CAO & AVV CAO of fase 1/2a voor de NBBU CAO). Jaarlijks wordt de hoogte van de heffing vastgesteld. Over het algemeen bedraagt deze 0,2% van de brutoloonsom.

Het doel van SFU is het financieren van projecten die betrekking hebben op 3 thema’s: opleidingen, arbeidsomstandigheden in de branche en naleving van de CAO voor Uitzendkrachten. Voor deze projecten zijn 3 stichtingen opgezet:

– STOOF,het fonds voor opleidingen binnen de uitzendbranche
– STAF, het fonds dat zich richt op de arbeidsomstandigheden
– SNCU, het fonds dat zorgt voor naleving van de CAO voor Uitzendkrachten

Werkgevers kunnen gebruik maken van de diensten van de 3 stichtingen. Zij hebben als doel om van de uitzendbranche een aantrekkelijkere werkgever te maken. Niet alleen de werkgever, maar ook de werknemer heeft baat bij de SFU.

Voor de berekening van de juiste premie heeft de SFU heeft jaarlijks een aantal gegevens van uw onderneming nodig. Dit betreft de totale brutoloonsom van Fase A m.b.t. de ABU/ AVV-Cao voor Uitzendkrachten en Fase 1 + 2a m.b.t. de NBBU-Cao voor Uitzendkrachten.
Met brutoloon wordt bedoeld:
– het loon over de normale gewerkte uren
– het loon over de onregelmatige uren (uren in afwijkende dag- en tijdzones)
– de wachtdagcompensatie
– de (opbouw van reserveringen voor) vakantiedagen
– bijzonder verlof
– kort verzuim
– feestdagen
– vakantiebijslag
Onder het brutoloon wordt niet verstaan het loon over overuren, reisuren, compensatieuren en gebruteerde kostenvergoedingen.

Zowel de uitzendkrachten met een uitzendovereenkomst met een uitzendbeding als de uitzendkrachten met een detacheringsovereenkomst moeten hierin worden meegenomen.
Medio ieder lopend jaar wordt bij alle ondernemingen die zijn aangesloten bij SFU uitvraag gedaan naar de brutoloonsom van het voorgaande jaar. Indien u niet bent aangesloten of wanneer u nog geen bericht heeft ontvangen van SFU, dan kunt u via de website van SFU onder het kopje downloads de brutoloonsom opgeven. U ontvangt vervolgens van SFU een nota met hierop uw jaarlijkse premie. Deze premie moet in één keer door de uitzendonderneming worden voldaan. Betaling in termijnen is dus niet mogelijk.

De SFU is voor de vaststelling van de premie afhankelijk van de gegevens van uw onderneming. Geeft u, ook na herinnering van het fonds, geen loonsomopgave door? Dan is de SFU bevoegd om een inschatting te maken van uw premie. Geef daarom dus altijd op tijd uw gegevens door.

Let op! De verschuldigde premie is zuiver een werkgeversbijdrage. Deze premie mag dus niet worden inhouden op of verrekenen worden met het loon van de werknemer(s).

Scholingsbestedingsverplichting

ABU CAO
Onder de ABU & AVV CAO is de uitzendonderneming verplicht 1,02 % van het in het desbetreffende jaar aan uitzendkrachten werkzaam in fase A verschuldigde brutoloon te besteden aan scholing van uitzendkrachten.

De uitzendonderneming heeft de keuze om de scholingsbestedingsverplichting van 1,02 % over het desbetreffende jaar in zijn geheel of deels op ondernemingsniveau in eigen beheer uit te voeren dan wel de daarmee gemoeide middelen in zijn geheel of deels af te dragen aan STOOF. Dit is een wijziging ten opzichte van voorgaande jaren waarbij de afdracht via de Stichting Fonds Uitzendbranche (SFU) werd gedaan aan STOOF.

NBBU CAO
Volgens de NBBU CAO is de uitzendonderneming jaarlijks verplicht om een scholingsinspanning te leveren van 1,02 % van het feitelijk loon van de uitzendkrachten die werkzaam zijn in de eerste 78 weken binnen het fasensysteem. De uitzendonderneming heeft de keuze om de scholingsinspanning van 1,02% in eigen beheer uit te voeren of in plaats daarvan 0,8% af te dragen aan STOOF. Ook als de uitzendonderneming een deel van de scholingsinspanning in eigen beheer heeft uitgevoerd en 80% van de resterende scholingsinspanning afdraagt aan STOOF, heeft hij voldaan aan zijn verplichting.

Afdracht aan STOOF
Wilt u de scholingsbestedingsverplichting afdragen aan STOOF, download dan het voor uw onderneming relevante formulier (ABU of NBBU) op de website van STOOF en stuur dit ingevuld en ondertekend aan STOOF op. Er is ook de mogelijkheid om een adviesgesprek aan te gaan met STOOF over hoe u de scholingsinspanning zelf het beste kunt uitvoeren.

Opleiden is in de uitzendbranche een belangrijk speerpunt. Scholing en ontwikkeling zijn dan ook vastgelegd in de diverse CAO’s binnen de uitzendbranche.